De 8 fasen van EMDR-therapie uitgelegd

Gepubliceerd 4 oktober 2026 · Bijgewerkt 24 oktober 2026

EMDR wordt vaak teruggebracht tot “de oogbewegingen”, maar bilaterale stimulatie is maar één onderdeel van een gestructureerd protocol in acht fasen, ontwikkeld door Francine Shapiro. Elke fase heeft een eigen doel, en een fase overslaan is een veelvoorkomende reden dat de verwerking stilvalt of dat een cliënt overspoeld de sessie verlaat. Deze handleiding loopt de fasen op volgorde door, met aandachtspunten voor online werken.

Waarom de structuur ertoe doet

EMDR is gebaseerd op het Adaptive Information Processing-model (AIP). Belastende ervaringen die nooit volledig zijn verwerkt, blijven opgeslagen met de oorspronkelijke beelden, emoties, lichamelijke sensaties en overtuigingen, en die worden in het heden opnieuw geactiveerd. De acht fasen zorgen ervoor dat de cliënt stabiel genoeg is om bij zulke herinneringen te komen, dat een herinnering meetbaar wordt geactiveerd en dat elke sessie veilig eindigt.

Die structuur is ook wat richtlijnen vragen. De NICE-richtlijn voor PTSS zegt bijvoorbeeld dat EMDR gebaseerd moet zijn op een gevalideerd protocol en gegeven moet worden door opgeleide behandelaars met doorlopende supervisie.

Fase 1: Anamnese en behandelplan

De therapeut brengt de voorgeschiedenis, de huidige klachten en de doelen van de cliënt in kaart en kijkt of EMDR op dit moment geschikt is. Samen bepalen ze de targets, de onderwerpen voor de verwerking: gebeurtenissen uit het verleden die aan de basis van het probleem liggen, situaties in het heden die het uitlokken en toekomstige situaties waar de cliënt anders mee wil omgaan. Deze volgorde van verleden, heden en toekomst wordt vaak de drieledige benadering (three-pronged approach) genoemd. Een herinnering die je als target verwerkt, heet de doelherinnering. Ook screening op dissociatie hoort in deze fase, bijvoorbeeld met de Dissociative Experiences Scale (DES).

Online: noteer ook het adres van waaruit de cliënt meestal deelneemt, een contactpersoon voor noodgevallen en het lokale alarmnummer. Die heb je nodig als een sessie misgaat.

Fase 2: Voorbereiding

De therapeut legt uit hoe EMDR werkt, spreekt een stopsignaal af en leert de cliënt manieren om emoties te reguleren, zoals de oefening met de veilige plek of de kluis. Het doel is dat de cliënt de spanning kan verdragen die de verwerking kan oproepen, en kan terugkeren naar het heden. Bij cliënten met complex trauma kan deze fase veel sessies duren.

In deze fase raakt de cliënt ook gewend aan de bilaterale stimulatie zelf: de snelheid, grootte en soort die prettig voelen. Onze handleiding over de veilige plek, de kluis en oefeningen met hulpbronnen behandelt deze fase uitgebreid.

Online: test de prikkel nu op het scherm en de koptelefoon van de cliënt, niet halverwege een verwerkingsset.

Fase 3: Beoordeling

De therapeut activeert de doelherinnering op een gestructureerde manier. De cliënt benoemt:

  • het beeld dat het ergste deel van de herinnering weergeeft,
  • de negatieve cognitie (NC): een overtuiging over zichzelf in de tegenwoordige tijd, zoals “Ik ben machteloos”,
  • de positieve cognitie (PC) die de cliënt liever zou geloven, zoals “Ik kan mezelf nu beschermen”, gescoord op de Validity of Cognition-schaal (VoC, 1–7),
  • de emoties die de cliënt nu voelt, hoe belastend het voelt op de SUD-schaal (0–10) en waar in het lichaam het gevoeld wordt.

Met deze beginscores kun je de voortgang meten. Zie hoe je de SUD- en VoC-schaal gebruikt.

Fase 4: Desensitisatie

De cliënt houdt de doelherinnering in gedachten en volgt intussen sets bilaterale stimulatie. Na elke set stelt de therapeut een korte, open vraag (“Wat merk je nu?”) en zegt meestal “Ga daarmee door” voor de volgende set, zonder de associaties van de cliënt in de weg te zitten. Als de verwerking in een kringetje draait of vastloopt, kan de therapeut de richting, snelheid of soort stimulatie veranderen, of een cognitive interweave gebruiken: een korte vraag of opmerking die informatie inbrengt die de cliënt mist.

De fase gaat door tot de SUD 0 is, of 1 als een kleine resterende spanning past bij de situatie van de cliënt. Dat heet ecologische validiteit.

Online: je moet het gezicht van de cliënt tussen de sets door kunnen zien, en liefst ook tijdens de sets. Een tweede apparaat voor het videogesprek helpt.

Fase 5: Installatie

De therapeut gaat na of de oorspronkelijke positieve cognitie nog past, of dat er een betere is opgekomen. De cliënt houdt daarna de positieve cognitie samen met de doelherinnering vast tijdens sets bilaterale stimulatie. Na elke set vraagt de therapeut naar de VoC, met 7 als doel: helemaal waar.

Fase 6: Lichaamsscan

Met de doelherinnering en de positieve cognitie in gedachten loopt de cliënt in gedachten het lichaam van top tot teen door. Resterende spanning of een ongewone sensatie wordt met extra sets verwerkt, tot het lichaam rustig aanvoelt. Een lichaamsscan zonder restspanning is een teken dat de doelherinnering volledig verwerkt is.

Fase 7: Afsluiting

Elke sessie eindigt met een afsluiting, of de doelherinnering nu volledig verwerkt is of niet. Is dat niet zo, dan helpt de therapeut de cliënt om wat overblijft op te bergen en terug te keren naar een rustige toestand, bijvoorbeeld met de veilige plek of de kluisoefening. De therapeut legt uit dat de verwerking tussen de sessies kan doorgaan en dat er nieuwe herinneringen, dromen of inzichten kunnen opkomen, en vraagt de cliënt die kort bij te houden in een logboek.

Online: de cliënt stapt direct na het gesprek weer het eigen leven thuis in. Plan minstens tien minuten voor de afsluiting en controleer voordat je ophangt of de cliënt georiënteerd en veilig is.

Fase 8: Herbeoordeling

Aan het begin van de volgende sessie kijkt de therapeut terug naar de doelherinnering van de vorige sessie. Hoe hoog is de SUD nu? Is de positieve cognitie overeind gebleven? Wat staat er in het logboek? Is die verwerkt, dan gaat het werk verder met de volgende target uit het plan: andere herinneringen uit het verleden, dan triggers in het heden en ten slotte een toekomstscenario (future template), waarin de cliënt zich voorstelt hoe hij of zij met de nieuwe hulpbronnen een toekomstige situatie aanpakt.

Hoeveel EMDR-sessies zijn er nodig?

Dat hangt af van het aantal en het soort traumatische ervaringen. Voor volwassenen met PTSS zegt de NICE-richtlijn dat EMDR meestal 8 tot 12 sessies omvat, en meer als dat klinisch nodig is, bijvoorbeeld na meerdere trauma's. Fase 1 en 2 kunnen in één sessie worden doorlopen, maar soms zijn er meerdere sessies nodig. In fase 3 tot en met 8 kan één doelherinnering in één sessie aan bod komen, maar het kan ook meerdere sessies kosten om één doelherinnering te verwerken.

De fasen doorlopen met Remote EMDR

  • Fase 1 tot en met 3 en fase 7 en 8 bestaan vooral uit gesprekken. Doe die zoals altijd via je videogesprek.
  • Voor de bilaterale stimulatie in fase 2, 4, 5 en 6 stuur je de cliënt de link voor de patiënt. De cliënt ziet alleen de prikkel; jij start en stopt de sets en past snelheid, patroon en geluid aan via de werkbalk.
  • Met een gratis account houd je SUD- en VoC-scores en sessienotities bij in een patiëntdossier, zodat de herbeoordeling in fase 8 begint bij je eigen aantekeningen.

Start een gratis sessie →