Abreacties en dissociatie bij online EMDR: zo reageer je
Elke EMDR-therapeut maakt het vroeg of laat mee: een cliënt die tijdens een set plotseling snikt, trilt of verstijft. In de praktijkruimte kun je naar voren leunen, zachter praten of een zakdoekje aanreiken. Via video zie je de cliënt op een klein scherm, is er een kleine vertraging en zit de cliënt alleen thuis. Deze handleiding laat zien hoe je een werkbare abreactie onderscheidt van overspoeling of dissociatie, wat je in elk geval doet en hoe je de sessie online veilig afsluit.
Een abreactie is op zich geen probleem
Een abreactie is een sterke ontlading van emotie en lichamelijke sensaties terwijl een herinnering wordt verwerkt: huilen, trillen, snel ademen, boosheid. Bij EMDR hoort dit vaak bij de verwerking en is het geen teken dat er iets misgaat. Het algemene principe is om de bilaterale stimulatie door te laten gaan en de cliënt door de piek heen te helpen, in plaats van te stoppen op het zwaarste moment. Als je midden in de piek stopt, kan de cliënt met de spanning achterblijven, zonder dat de verwerking die spanning heeft kunnen oplossen.
Korte, rustige opmerkingen tijdens de set helpen de cliënt erbij te blijven, bijvoorbeeld “Dit is iets uit het verleden, merk het gewoon op” of “Je bent nu veilig, het is voorbij”. Ook het beeld van een treinreis kan helpen: de cliënt kijkt uit het raam en ziet het landschap voorbijglijden.
Waar het om gaat, is of de duale aandacht intact is: de cliënt is zich bewust van de herinnering en tegelijk van het hier en nu, bij jou. Zolang dat zo is, is zelfs sterke emotie meestal werkbaar.
Signalen dat de cliënt buiten het tolerantievenster raakt
- Reageert niet meer op je stem, of alleen traag en vaag.
- Een starre, glazige blik, of ogen die de bal niet meer volgen.
- Plotseling vlak, verdoofd of onwerkelijk (“het is alsof ik naar een film kijk”, “ik ben ver weg”).
- Praat alsof de gebeurtenis nu plaatsvindt, zonder besef van de ruimte waarin hij of zij is.
- Paniek die over meerdere sets blijft stijgen, zonder nieuw materiaal.
Deze signalen wijzen op een spanning die groter is dan de cliënt kan verwerken, of op dissociatie. Ze vragen om een andere reactie van de therapeut.
Wat je doet
- Stop de prikkel en spreek de cliënt bij naam aan, rustig en iets luider dan normaal.
- Oriënteer de cliënt op het heden. Vraag de voeten op de grond te zetten (grounding), rond te kijken in de kamer, voorwerpen te benoemen en de stoel te voelen. Vraag waar hij of zij is en welke dag het is.
- Ga na of er nog duale aandacht is voordat je verdergaat. De Back of the Head Scale van Jim Knipe is een snelle manier: de cliënt wijst een punt aan op een denkbeeldige lijn die loopt van vóór het gezicht (helemaal hier, bij jou) tot achter in het hoofd (volledig opgeslokt door de spanning).
- Verlaag de intensiteit als je verdergaat: kortere sets, een kleiner deel van de herinnering, een andere soort stimulatie of een cognitive interweave die veiligheid inbrengt (“Waar ben je nu? Hoe oud ben je nu?”).
- Komt de cliënt niet terug binnen het tolerantievenster, ga dan niet door. Ga over op de afsluiting met de kluis en de veilige plek, en herzie het plan: meer voorbereiding, of sessies in de praktijk.
Waarom online extra zorg vraagt
- Minder informatie. Je ziet een gezicht, vaak klein en soms vertraagd. Vraag de cliënt de camera zo te zetten dat je ook schouders en handen ziet. Een tweede apparaat voor het videogesprek, los van het scherm met de prikkel, helpt.
- Vertraging in het geluid. Je ondersteunende opmerkingen kunnen later aankomen. Houd ze kort en rustig.
- De cliënt is alleen. Niemand brengt een glas water, en er is geen wachtkamer om bij te komen.
- De verbinding kan wegvallen op het slechtst denkbare moment. Spreek vooraf af wat de cliënt dan doet (stoppen, gronden, wachten tot je belt) en hoe je hem of haar bereikt.
Ga vóór de start na of er aanwijzingen zijn voor dissociatie
Veel moeilijke momenten kun je in fase 1 voorkomen. Vraag naar dissociatieve klachten en gebruik een screeningsinstrument zoals de Dissociative Experiences Scale (DES). Verleng bij cliënten met duidelijke dissociatie de voorbereidingsfase, overweeg gespecialiseerde benaderingen en denk goed na of online verwerking in deze fase geschikt is.
Een onafgemaakte sessie afsluiten
Is een doelherinnering (target) nog niet volledig verwerkt, gebruik dan fase 7, de afsluiting:
- Stop met verwerken terwijl er nog genoeg tijd over is: online minstens 10 tot 15 minuten.
- Erken het werk van de cliënt en leg uit dat het normaal is dat de verwerking nog niet af is.
- Gebruik de kluis voor wat er over is, en de veilige plek of een andere hulpbron om tot rust te komen.
- Controleer of de cliënt georiënteerd en rustig genoeg is om verder te gaan met de dag. Vraag wat hij of zij direct na het gesprek gaat doen.
- Herinner de cliënt eraan dat de verwerking kan doorgaan, en vraag een kort logboek bij te houden.
- Zorg dat de cliënt weet hoe hij of zij hulp krijgt bij een onveilig gevoel.
In de handleiding over de voorbereidingsfase lees je hoe je de veilige plek en de kluis voorbereidt, zodat ze werken als je ze nodig hebt.
Instellingen in Remote EMDR die helpen
- Afspelen/stoppen beëindigt een set meteen; de bal stopt binnen een seconde op het scherm van de cliënt.
- Wordt de verwerking te heftig, probeer dan een lagere snelheid, een rustige achtergrond, of stap over van visuele naar auditieve stimulatie.
- Noteer wat er gebeurde en wat hielp in het dossier van de patiënt (gratis account), zodat je het plan voor de volgende sessie kunt aanpassen.